Vier argumenten tegen Zwarte Piet

1. Gelijkenis

Zwarte Piet (ZP) lijkt meer op een karikatuur van een zwart persoon, dan op een persoon die slechts zwart is van roet. Als Zwarte Piet niet werkelijk een karikatuur van een zwart persoon moet voorstellen, dan zorgt het feit dat hij daar wel op lijkt voor een misverstand. Wie dat misverstand vervelend vindt, en weet dat het ontstaat doordat Zwarte Piet nou eenmaal op een karikatuur lijkt, heeft twee mogelijkheden: ofwel diegene past Zwarte Piet zodanig aan dat hij meer lijkt op hetgene dat hij werkelijk moet voorstellen, ofwel diegene accepteert dat het misverstand elk jaar opnieuw ontstaat.

(Voor een uitgebreidere versie van dit argument klik hier.)

2. Opmerkingen

Door de gelijkenis tussen Zwarte Piet en zwarte mensen zijn er elk jaar mensen die deze gelijkenis expliciet, in het bijzijn van, en gericht aan zwarte mensen, opmerken. Mensen die dit doen zijn zowel volwassenen als kinderen, en degenen die de opmerkingen ondergaan zijn zowel zwarte volwassenen als zwarte kinderen. Sommige van die opmerkingen zijn slechts goed, of grappig, bedoeld, terwijl andere opmerkingen daadwerkelijk vervelend bedoeld zijn. Voor zover de opmerkingen goed bedoeld zijn is het minstens vermoeiend om elk jaar weer dezelfde grappen te doorstaan, en hoogstens beledigend om met een clown vergeleken te worden (zelfs als de opmerking niet beledigend bedoeld is). Voor zover de opmerkingen slecht bedoeld zijn zijn ze minstens beledigend.

Er zijn grofweg drie oplossingen denkbaar voor dit ‘probleem’:

  1. We leren kinderen en volwassenen om niet meer de kwaad bedoelde, en soms goed bedoelde maar toch vervelende, opmerkingen te maken.
  2. Zwarte kinderen en volwassen kweken een dikkere huid tegen de opmerkingen.
  3. We passen Zwarte Piet aan zodat hij minder lijkt op zwarte mensen, en anderen minder geneigd zijn om de vergelijking te maken.

Over de eerste optie: de uitvoer hiervan zou een hels karwei zijn dat hoogstwaarschijnlijk nooit helemaal succesvol is. Het zou in principe een grootschalig opvoedingstraject betekenen voor alle ingezetenen van Nederland waar niemand toe bereid is om tijd en geld aan te besteden. Bovendien zouden we alle nieuwe kinderen die geboren worden steeds op tijd moeten onderwijzen, nog voordat ze, in hun kinderlijke onschuldigheid, de vergelijking al een keer expliciet gemaakt hebben. Deze optie is dus niet te doen en lost waarschijnlijk niet eens het probleem op.

Over de tweede optie: het is mogelijk, maar niet hoogstwaarschijnlijk, dat we redelijkerwijs van volwassenen mogen verwachten dat ze een dikkere huid tegen de, elk jaar terugkerende, goed en kwaad bedoelde, opmerkingen kweken. Het is echter minder waarschijnlijk dat we redelijkerwijs hetzelfde van kinderen mogen verwachten.

Uiteindelijk blijft de derde optie over als meest redelijke. Als Zwarte Piet minder zou lijken op een zwart persoon dan zullen er minder mensen die gelijkenis opmerken. Een aanpassing van Zwarte Piet is het makkelijkste van de drie opties, en ze vergt het minste energie, tijd en geld. Een aanpassing heeft van alle drie opties de hoogste kans om het probleem te reduceren. En een aanpassing legt geen onredelijk hoge verwachtingen op aan zwarte kinderen.

3. Wederkerigheid

Er is inmiddels een hoge internationale instantie, een VN-Comité, dat heeft aangeraden om Zwarte Piet aan te passen. Zelfs als je vindt dat het advies onterecht is, dan nóg is er een sterke reden om het toch op te volgen. Wij willen immers doorgaans dat andere landen, of mensen in andere landen, zich schikken naar de adviezen van onze internationale instanties. Wij kunnen dit echter niet redelijkerwijs van anderen verwachten wanneer wij ons er zelf niet eens in de simpelste gevallen naar schikken.

Uiteraard hoeft een land zich niet in alle gevallen te schikken naar de adviezen van zulke internationale instanties. Als het advies hoogst immoreel is bijvoorbeeld, dan is het moreel gerechtvaardigd om het advies te negeren. Maar de kwestie Zwarte Piet is niet zo’n geval waarbij het advies zodanig immoreel is om het redelijkerwijs te mogen negeren, dus kunnen we het maar beter opvolgen zolang we willen dat andere landen zich ook schikken naar de adviezen van internationale instanties.

4. Autoriteit

Naast het VN-Comité heeft ook de Kinderombudsman een advies voor aanpassing uitgesproken over Zwarte Piet. Dat brengt de teller van autoriteiten die zich hebben uitgesproken op twee. Voor beide instanties kunnen we met enige waarschijnlijkheid veronderstellen dat hun onderzoekers meer tijd, bewijs, kunde, en achtergrond kennis hebben dan de gemiddelde persoon als het gaat om Zwarte Piet. De genoemde factoren zijn wat filosoof Bryan Frances ‘onenigheids factoren’ (disagreement factors) noemt in zijn boek On Disagreement. Onenigheids factoren zijn de relevante epistemische factoren waarin mensen die het met elkaar oneens zijn van elkaar kunnen verschillen. Wie in voldoende epistemische factoren onder doet voor de ander op een bepaald vraagstuk wordt de ‘epistemische mindere’ (epistemic inferior) genoemd, gelijken noemt men de ‘epistemische gelijke’ (epistemic peer), en de meerdere noemt men uiteraard de ‘epistemische meerdere’ (epistemic superior). Dat persoon X de epistemische meerdere is van persoon Y, over onderwerp Q, wil niet noodzakelijk zeggen dat persoon X te allen tijde gelijk heeft en Y ongelijk. Maar als X de epistemische meerdere is van Y, dan is het wel waarschijnlijker dat X het bij het rechte eind heeft en niet Y.

De personen die werkzaam zijn bij de genoemde instanties gelden, als het gaat om Zwarte Piet, voor de meerderheid van mensen als hun epistemische meerdere. Dat maakt hun oordeel misschien niet noodzakelijk waar, maar het verleent hun oordeel wel een hogere epistemische status. Ookal ben je daarom geneigd om kant te kiezen voor Zwarte Piet, is het niet onredelijk om daarvan af te zien als je erkent dat deze instanties een hogere epistemische status bezitten dan jijzelf. Dat klinkt misschien vreemd, maar we maken voortdurend dergelijke afwegingen op basis van iemands epistemische status: ik twijfel soms bijvoorbeeld aan het oordeel van mijn huisarts, maar ik erken dat hij het waarschijnlijk beter weet dan ik en volg daarom toch vaak zijn advies op.

Tot slot

Tot slot hoeven deze argumenten niet individueel overtuigend te zijn. Of Zwarte Piet aanpassing verdient is namelijk een afweging waarbij we alle argumenten mee moeten nemen. Zo kan het zijn dat de genoemde argumenten op zichzelf misschien niet zwaar genoeg wegen om een aanpassing te rechtvaardigen, maar alle argumenten bij elkaar opgeteld juist wel.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s